Mijn ogen hebben het gevecht met Klaas Vaak overwonnen. Het blauwe licht van mijn laptopscherm blijft me roepen. De geest van de nacht geeft me een onverwoestbare schep om dieper te graven in overdenkingen waar ik gedurende de dag niet bij kon.

Ik zou hier nog wel uren kunnen zitten, om de muziek die ik luister diep tot me door laten dringen. Nu het daglicht zich onder de deken van de horizon heeft gehuld, is ook de confrontatie met de vluchtigheid aan mijn brein onttrokken. De vraagstukken die zijn voortgekomen uit deze dag, kunnen eindelijk eens in alle stilte overpeinsd worden.

Welk een vredig gevoel, dat alle levende zielen in dit huis tot een staat van onderbewustzijn ondergedompeld zijn. Zij zijn zich een aantal uren niet bewust van hun zorgen, hun te volbrengen taken, de frustraties en irritaties die de omgang met andere mensen en zichzelf teweegbrengen. In hun slaap dansen zij geheel solitude met hun fantasie en onverwerkte gedachten.

Een stem in mijn achterhoofd smeekt me om hen achterna te gaan door een wapenstilstand met Klaas Vaak tot stand te brengen. Maar dit is mijn tijd. Ik hoef aan niemands eisen te voldoen.